Eindelijk duidelijkheid over het kindgebonden budget en kinderalimentatie!

Sinds 1 januari 2015 bestaat grote onduidelijkheid in alimentatieland door de fiscale wijzigingen die op diezelfde datum zijn doorgevoerd. Een onverkorte toepassing van de methode voor het berekenen van de kinderalimentatie die op 1 april 2013 is ingevoerd, had tot gevolg dat sommige verzorgende ouders er tot wel € 250,00 per maand op achteruit gingen. In de advocatuur, de literatuur en rechtspraak vinden er sindsdien verhitte discussies plaats over de wijze waarop met het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop moet worden omgegaan. In het verleden heb ik hierover meermalen uitgebreid geschreven. Eindelijk is er duidelijkheid!

Kinderalimentatie2.jpg

In lijn met de conclusie van de Advocaat-Generaal van de Hoge Raad heeft de Hoge Raad geoordeeld dat:

“1. Bij de vaststelling van de door de ouders verschuldigde onderhoudsbijdrage voor hun minderjarige kinderen dienen het kindgebonden budget en de daarvan deel uitmakende alleenstaande ouderkop niet in aanmerking te worden genomen bij de bepaling van de behoefte van het kind, maar bij de berekening van de draagkracht van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt.

2. Er dient geen onderscheid te worden gemaakt tussen de alleenstaande ouderkop en het overige deel van het kindgebonden budget.”

In de overwegingen legt de Hoge Raad nader uit waarom hij tot deze beslissing is gekomen.  De overheidsregelingen om ouders tegemoet te komen in de financiële lasten verbonden aan de verzorging en opvoeding van kinderen, verminderen de behoefte van het kind niet. De behoefte wordt immers gevormd door wat het kind nodig heeft. Het bestaan van de bedoelde regelingen laat voorts onverlet dat het aan de ouders is om in de behoefte van hun kind te voorzien. De overheidsondersteuning is dan ook daarop gericht: met het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop is beoogd de verzorgende ouder, respectievelijk de verzorgende alleenstaande ouder, inkomensondersteuning te bieden om in de behoefte van zijn kind of kinderen te voorzien. Deze tegemoetkomingen verhogen dan ook de draagkracht van die ouder, aldus de Hoge Raad.

In mijn blog van 10 september jl. schreef ik al dat het advies van de Advocaat-Generaal van de Hoge Raad, welk advies door de Hoge Raad is gevolgd, niet in lijn is met de nieuwe methode van het berekenen van de kinderalimentatie die per 1 april 2013 is ingevoerd. Ik voorzie dat alle bijdragen in de kosten voor kinderen waarbij rekening is gehouden met een kindgebonden budget en die sinds 1 april 2013 zijn vastgesteld bij een herberekening hoger uit zullen vallen. Mogelijk zorgt dit voor een grote stroom aan herzieningsverzoeken bij de rechtbanken. Of de uitleg van de Hoge Raad voldoende is om tot een herberekening van de kinderalimentatie te komen, zonder dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden dan wel dat er uit is gegaan van onjuiste of onvolledige gegevens, moet nog worden bezien.

Klik op deze link voor de prejudiciële beslissing en de toelichting van de Hoge Raad.

Over de auteur