(Nog steeds) discussie over toepassing wijzigingen in kinderalimentatie

Per 1 januari 2015 zijn er fiscale wijzigingen doorgevoerd die gevolgen hebben voor de kinderalimentatie. Deze houden de gemoederen aardig bezig, want nu blijkt dat een ouder in Den Haag een hogere bijdrage ontvangt dan een ouder in bijvoorbeeld Utrecht. Lees er hier meer over.

02E97194.jpg

Afgelopen 20 februari schreef ik al een blog over de gevolgen voor de kinderalimentatie van de fiscale wijzigingen die op 1 januari 2015 zijn doorgevoerd. Deze fiscale wijzigingen hebben met name gevolgen voor de alleenstaande ouder bij wie het kind zijn of haar hoofdverblijfplaats heeft. De bijdrage die de andere ouder voor de kinderen moet betalen, is daardoor vaak een stuk lager dan in 2014 nog het geval was. Dit wordt door velen als onredelijk gezien. In de rechtspraak is daarom een verwoede discussie gaande over hoe de onderhoudsbijdrage voor kinderen moet worden berekend. 

Gevolgen voor hoogte alimentatie

Op 17 april heeft de werkgroep Alimentatienormen – dit is de instantie die de berekeningsmethode heeft opgesteld - bevestigd dat de zogenaamde ‘alleenstaande ouderkop’ in mindering moet worden gebracht op de behoefte van de kinderen. Zoals gezegd heeft dit grote gevolgen voor de hoogte van de door de alimentatieplichtige ouder te betalen alimentatie. 

Verschillen per woonplaats

Niet alle rechtbanken zijn het eens met deze door de werkgroep Alimentatienormen aanbevolen wijze van berekenen. Naast de rechtbank Den Haag heeft nu ook de rechtbank Noord-Holland een afwijkende beslissing genomen. De andere rechtbanken volgen echter nog steeds de aanbevelingen van de werkgroep Alimentatienormen. Dit betekent dat de alimentatiegerechtigde ouder die met de kinderen in Den Haag woont en waarbij alle uitgangspunten precies hetzelfde zijn als een alimentatiegerechtigde ouder die in Utrecht woont, naar alle waarschijnlijkheid een hogere bijdrage ontvangt. Dit kan niet de bedoeling zijn. Van rechtszekerheid is dan immers geen sprake meer. 

Toepassing recht

Inmiddels heeft de familiekamer van het gerechtshof Den Haag op 3 juni een uitspraak gedaan waarin prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. Een prejudiciële vraag is een vraag waarbij de rechtbank of het gerechtshof aan de Hoge Raad vraagt om uitleg over hoe het recht moet worden toegepast. De voornaamste vraag die door het gerechtshof Den Haag aan de Hoge Raad is gesteld, is of het kindgebonden budget, of alleen de daarin opgenomen alleenstaande ouderkorting, in mindering moet worden gebracht op de behoefte van de kinderen of niet. Is dit het geval, dan zal de te betalen en te ontvangen alimentatie veelal lager worden of mogelijk zelfs geheel vervallen. Meer informatie over dit onderwerp vind je op deze website. Wordt vervolgd ...

Over de auteur